13x spullen die we vroeger massaal meenamen met kamperen - Blijtijds


Kampeerspullen van vroeger. Kennen we ze nog?www.blijtijds.nl



Kamperen. Voor de een is het jeugdsentiment, de ander heeft er een bloedhekel aan. Toch gaan zo’n 3,5 miljoen Nederlanders nog elk jaar op vakantie met een tent, caravan of camper. Sterker nog, kamperen wordt weer helemaal hip. Bij Blijtijds krijgen we er warme nostalgische gevoelens van en blikken we nog eens terug op wat we allemaal meesleurden naar Frankrijk, Spanje of Italië. Hilarisch!

1. Casettebandjes

Het dashboardkastje van de auto werd gevuld met cassettebandjes met de meest uiteenlopende muziek van Jantje Smit tot aan Elvis Presley. Die muziek werd vervolgens later bestempeld als ‘vakantiemuziek’.

2. Tina en Donald Duck

En vele andere strips. Je zat zo in de verhalen dat je haast uit de auto getrokken moest worden als er een eet- of plaspauze langs de snelweg werd ingelast.

3. Dakkoffer

Als er in de kofferbak en tussen en onder onze voeten niks meer bij gepropt kon worden, gingen we vrolijk door boven óp de auto. Het liefst namen we ons hele huis mee. Waarom gingen we ook alweer op vakantie?

4. Wegenkaart

Thuis stippelden we met gekleurde pen op de wegenkaart de route uit van deur tot tentrits. Vervolgens zat je als bijrijder met een nog uitgebreidere routekaart de juiste weg naar de camping te zoeken.

5. Pindakaas en hagelslag

Want bij de enorme Franse hypermarches was het aanbod niet compleet (en Hollands) genoeg.

6. Smac

Zo’n ‘smerig’ vierkant blikje met vlees dat je kon openen met een sleuteltje dat aan de onderzijde van het blik bevestigd was.

7. Vishengels en schepnetten

Zodat je met je vader bij het meertje verderop kikkervisjes, forellen of karpers kon gaan vangen. En als je moeder dan de campingkoelkast opentrok, stond er een bakje maden tussen de andere etenswaren.

8. Een reeks aan reisspellen

Stok kaarten, Rummikub, Achterbankbingo, Yahtzee, Mikado, Kwartet. Welke zijn we nog vergeten? En als je moeder of broertje niet meer wilde meedoen, vroeg je heel verlegen je buurmeisje.

9. Knijpkat

Zonder knijpkat of zaklamp was er gewoon geen beginnen aan kamperen.

10. Gasstel of later ‘skottelbraai’

Op de camping waren de rollen omgedraaid en stond je vader het eten te bereiden.

11. De plasemmer

Voor als je geen zin had om ’s nachts met je volle blaas in je pyjama nog 300 meter naar de douchegebouwen te moeten lopen.

12. Badminton

En dan de wind óf de scherpe zon de schuld geven voor het niet raken van de shuttle.

13. Toiletrol

Tot slot ontbraken zelfs de nodige rollen wc-papier niet tijdens het grote kampeeravontuur. Halverwege de vakantie op? Dan kocht je de zachtroze vakantievariant.

www.blijtijds.nl





11x de leukste Nederlandse dialectwoorden - Blijtijds


www.blijtijds.nl



1. Skottelslet

Nee hoor, het heeft niks te maken met een oneerbiedige benaming voor een losbandige vrouw. Sterker nog, in Brabant is het een voorwerp dat iedereen bijna dagelijks gebruikt: een vaatdoek.

2. Huulbaessem

In het omliggend gebied van Groesbeek (vlakbij Nijmegen) worden de Groesbekers ook wel ‘baessembinders’ genoemd, omdat mensen vroeger van takken in het bos bezems maakten. Daar kwam een eind aan toen er een elektrische fabrieksbezem op de markt kwam: de huulbaessem, oftewel de stofzuiger.

3. Lamaketalanka

Zeeuwen zijn koning in het aan elkaar plakken van woorden tot een onverstaanbare brei. Een beetje alsof het plotseling vloed wordt. ‘Lamaketalanka’ klinkt meer als een onbewoond eiland in de Stille Zuidzee, maar eigenlijk wil een Zeeuw er gewoon mee zeggen: ‘Laat maar, ik heb het allang.’

4. Sjöddeköl

Zit je op een terras in Maastricht en hoor je je buurman roepen: ‘Bah, wat ‘ne sjöddeköl sjinke ze hej!’ dan kun je overwegen om te verkassen naar een ander terras. Sjöddeköl betekent namelijk slappe koffie. En dat moeten we niet hebben! We vonden dit woord op de Facebookpagina van ‘Visit Maastricht’ waar ze iedere week een ander woord uit het Maastrichtse dialect delen.

5. Gebbetje!

Gebbetje is het Amsterdamse woord voor ‘grapje’. Bedenk er een ondeugend Amsterdams straatjochie bij, en het beeld is compleet. Het woord is afgeleid van het werkwoord ‘gabben’, dat plagen of gekheid maken betekent.

6. Kaassie

De stad Rotterdam staat bekend om zijn nuchtere insteek en harde werkersmentaliteit. Dus het komt nogal eens voor dat een klusje geklaard is, en dan zegt men: Da’s Kaassie. Dan is het dik voor mekaar!

7. (Agtelijke) glittergladiool

Het Utrechtse stadsdialect klinkt zo plat, dat veel mensen betwijfelen of niet gewoon ordinair is. Als ze in Utreg spreken over een glittergladiool, bedoelen ze daar een discobezoeker mee.

8. Kop verkeerd staan

In Twente winden ze er geen doekjes om. Als bijvoorbeeld iemand chagrijnig is, dan zeggen Twentenaren: hij heeft echt de kop verkeerd staan.

9. Kraomschudden

In de tijd waar het de normaalste zaak van de wereld is om je grote liefde online tegen te komen, zou het natuurlijk zomaar kunnen zijn dat je (klein)dochter thuiskomt met een leuke knul of meid uut Drenthe. Dus, wil het toeval dat je in de toekomst daar op kraambezoek, zeg dan dat je gaat ‘kroamschudden’.

10. Witte tonnie!


Sommige dingen zullen we nu eenmaal nooit kunnen voorspellen of weten. Als er in Brabant aan een atheïst wordt gevraagd of er leven bestaat na de dood, antwoordt hij met: Witte tonnie! (Letterlijke vertaling: dat weet je toch niet.)

11. Babbelegûchjes


Ga toch weg met je babbelegûchjes, zeggen ze in Friesland wanneer iemand moet stoppen met rare fratsen uithalen of smoezen bedenken. De Friezen zijn een nuchter volk. Wanneer je ‘ja’ zegt, moet je ook ja doen.